Lukas 12:49
“Ik ben gekomen om vuur op de aarde te werpen; en wat wil Ik, indien het reeds ontstoken is?”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 12 — omringende verzen
Waarlijk, Ik zeg u, dat hij hem over alles wat hij heeft zal aanstellen.
45Maar als die dienstknecht in zijn hart zegt: Mijn heer stelt zijn komst uit; en hij begint de knechten en de dienstmaagden te slaan, en te eten en te drinken en dronken te worden;
46De heer van die dienstknecht zal komen op een dag dat hij het niet verwacht, en op een uur dat hij het niet weet, en hij zal hem in tweeën houwen en zijn deel stellen bij de ongelovigen.
47En die dienstknecht, die de wil van zijn heer kende en zich niet gereed maakte, noch naar zijn wil deed, zal met vele slagen geslagen worden.
48Maar die hem niet kende, en dingen deed die slagen verdienen, zal met weinige slagen geslagen worden. Want aan ieder aan wie veel gegeven is, van hem zal veel gevraagd worden; en van hem aan wie men veel heeft toevertrouwd, zal men des te meer eisen.
Ik ben gekomen om vuur op de aarde te werpen; en wat wil Ik, indien het reeds ontstoken is?
Maar Ik heb een doop om mee gedoopt te worden; en hoe word Ik benauwd totdat hij volbracht is!
51Meent gij dat Ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde? Ik zeg u, neen; maar veeleer verdeeldheid:
52Want van nu aan zullen er vijf in één huis verdeeld zijn, drie tegen twee en twee tegen drie.
53De vader zal verdeeld zijn tegen de zoon, en de zoon tegen de vader; de moeder tegen de dochter, en de dochter tegen de moeder; de schoonmoeder tegen haar schoondochter, en de schoondochter tegen haar schoonmoeder.
54Hij zeide ook tot het volk: Wanneer gij een wolk ziet opkomen in het westen, zegt gij terstond: Er komt regen; en het geschiedt zo.