Lukas 20:45
“En ten aanhoren van al het volk zei Hij tot Zijn discipelen:”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 20 — omringende verzen
En daarna durfden zij Hem niets meer te vragen.
41En Hij zei tot hen: Hoe zeggen zij dat de Christus Davids Zoon is?
42En David zelf zegt in het boek der Psalmen: De HEER heeft gezegd tot mijn Heer: Zit aan Mijn rechterhand,
43Totdat Ik Uw vijanden gesteld heb tot een voetbank voor Uw voeten.
44David noemt Hem dus Heer; hoe is Hij dan zijn Zoon?
En ten aanhoren van al het volk zei Hij tot Zijn discipelen:
Wacht u voor de schriftgeleerden, die gaarne rondwandelen in lange gewaden, en van begroetingen houden op de markten, en van de voorste zetels in de synagogen en van de eereplaatsen bij de maaltijden;
47Die de huizen der weduwen verslinden, en voor de schijn lange gebeden doen: dezen zullen een zwaarder oordeel ontvangen.