Lukas 20:7
“En zij antwoordden dat zij niet konden zeggen vanwaar.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 20 — omringende verzen
En tot Hem spraken, zeggende: Zeg ons, door welke macht doet Gij deze dingen? Of wie is het die U deze macht gegeven heeft?
3En Hij antwoordde en zei tot hen: Ik zal u ook één ding vragen; en antwoordt Mij:
4De doop van Johannes, was die uit de hemel of uit mensen?
5En zij overlegden bij zichzelf, zeggende: Indien wij zeggen: Uit de hemel — zal Hij zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd?
6Maar indien wij zeggen: Uit mensen — zal al het volk ons stenigen, want zij zijn ervan overtuigd dat Johannes een profeet was.
En zij antwoordden dat zij niet konden zeggen vanwaar.
En Jezus zei tot hen: Ik zeg u ook niet door welke macht Ik deze dingen doe.
9Toen begon Hij tot het volk deze gelijkenis te spreken: Een zeker man plantte een wijngaard en verhuurde die aan landbouwers, en ging voor een lange tijd naar een ver land.
10En ten gepaste tijde zond hij een dienstknecht naar de landbouwers, opdat zij hem van de vrucht van de wijngaard zouden geven; maar de landbouwers sloegen hem en zonden hem leeg weg.
11En opnieuw zond hij een andere dienstknecht; en ook hem sloegen zij, en behandelden hem smadelijk, en zonden hem leeg weg.
12En opnieuw zond hij een derde; en ook hem verwondden zij en wierpen hem uit.