Lukas 24:40
“En toen Hij dit gezegd had, toonde Hij hun Zijn handen en Zijn voeten.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 24 — omringende verzen
En zij vertelden wat er op de weg gebeurd was, en hoe Hij door hen herkend was in het breken van het brood.
36En terwijl zij hierover spraken, stond Jezus Zelf in hun midden en zei tot hen: Vrede zij u.
37Maar zij waren ontsteld en bevreesd, en meenden dat zij een geest zagen.
38En Hij zei tot hen: Waarom zijt gij ontroerd, en waarom komen er twijfelingen op in uw harten?
39Ziet Mijn handen en Mijn voeten, dat Ik het Zelf ben. Tast Mij aan en ziet, want een geest heeft geen vlees en beenderen zoals gij ziet dat Ik heb.
En toen Hij dit gezegd had, toonde Hij hun Zijn handen en Zijn voeten.
En toen zij het van blijdschap nog niet geloofden en zich verwonderden, zei Hij tot hen: Hebt gij hier iets te eten?
42En zij gaven Hem een stuk van een gebraden vis en van een honingraat.
43En Hij nam het en at het voor hun ogen.
44En Hij zei tegen hen: Dit zijn de woorden die Ik tot u sprak, toen Ik nog bij u was, dat alles vervuld moet worden wat over Mij geschreven staat in de wet van Mozes, en in de profeten, en in de psalmen.
45Toen opende Hij hun verstand, zodat zij de Schriften konden begrijpen,