Lukas 3:19
“Maar Herodes, de viervorst, die door hem bestraft werd om Herodias, de vrouw van zijn broeder Filippus, en om al de kwade dingen die Herodes gedaan had,”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 3 — omringende verzen
En ook soldaten vroegen hem: En wij, wat moeten wij doen? En hij zei tot hen: Doet niemand geweld aan, beschuldigt ook niemand valselijk, en weest tevreden met uw soldij.
15En daar het volk in verwachting was en allen in hun hart over Johannes overwogen of hij wellicht de Christus was,
16Antwoordde Johannes en zei tot allen: Ik doop u wel met water, maar Er komt Een die sterker is dan ik, van wie ik niet waardig ben de riem van Zijn schoenen los te maken; Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur.
17Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer grondig reinigen en de tarwe in Zijn schuur verzamelen, maar het kaf zal Hij verbranden met onuitblusbaar vuur.
18En vele andere dingen vermaande hij hen en predikte hij tot het volk.
Maar Herodes, de viervorst, die door hem bestraft werd om Herodias, de vrouw van zijn broeder Filippus, en om al de kwade dingen die Herodes gedaan had,
Voegde daar nog dit boven alles aan toe, dat hij Johannes in de gevangenis opsloot.
21En het geschiedde, toen al het volk gedoopt werd en ook Jezus gedoopt was en bad, dat de hemel geopend werd,
22En de Heilige Geest neerdaalde in lichamelijke gedaante als een duif op Hem, en er kwam een stem uit de hemel die zei: U bent Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen.
23En Jezus Zelf was omstreeks dertig jaar oud toen Hij begon, en was, naar men meende, een zoon van Jozef, die was de zoon van Heli,
24Die was de zoon van Matthat, die was de zoon van Levi, die was de zoon van Melchi, die was de zoon van Janna, die was de zoon van Jozef,