Lukas 4:22
“En allen gaven Hem getuigenis en verwonderden zich over de genadige woorden die uit Zijn mond voortkwamen. En zij zeiden: Is deze niet de zoon van Jozef?”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 4 — omringende verzen
En men overhandigde Hem het boek van de profeet Jesaja. En toen Hij het boek geopend had, vond Hij de plaats waar geschreven stond:
18De Geest des Heren is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft om het Evangelie te verkondigen aan de armen; Hij heeft Mij gezonden om te genezen wie gebroken van hart zijn, om vrijlating te prediken aan de gevangenen en het gezicht aan de blinden, om in vrijheid te stellen wie verbrijzeld zijn,
19Om te prediken het aangename jaar des Heren.
20En Hij sloot het boek, gaf het terug aan de dienaar en ging zitten. En de ogen van allen die in de synagoge waren, waren op Hem gericht.
21En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is dit Schriftwoord in uw oren vervuld.
En allen gaven Hem getuigenis en verwonderden zich over de genadige woorden die uit Zijn mond voortkwamen. En zij zeiden: Is deze niet de zoon van Jozef?
En Hij zeide tot hen: Gij zult voorzeker dit spreekwoord tot Mij zeggen: Geneesheer, genees Uzelf; alles wat wij gehoord hebben dat in Kafarnaüm geschied is, doe dat ook hier in Uw vaderland.
24En Hij zeide: Voorwaar, Ik zeg u: Geen profeet wordt aangenomen in zijn eigen vaderland.
25Maar Ik zeg u in waarheid: Er waren vele weduwen in Israël in de dagen van Elia, toen de hemel drie jaar en zes maanden gesloten was en er een grote hongersnood kwam over het hele land;
26Maar tot geen van hen werd Elia gezonden, behalve naar Sarfat, een stad van Sidon, tot een vrouw die weduwe was.
27En vele melaatsen waren er in Israël in de tijd van de profeet Elisa, en niemand van hen werd gereinigd, behalve Naäman, de Syriër.