Lukas 7:19
“En Johannes riep twee van zijn discipelen tot zich en zond hen tot Jezus, zeggende: Zijt Gij Degene die komen zou, of verwachten wij een ander?”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 7 — omringende verzen
En Hij trad naderbij en raakte de baar aan; en zij die hem droegen, stonden stil. En Hij zeide: Jongeman, Ik zeg u, sta op.
15En de dode richtte zich op en begon te spreken. En Hij gaf hem aan zijn moeder.
16En er kwam vrees over allen; en zij verheerlijkten God, zeggende: Een groot profeet is onder ons opgestaan; en: God heeft Zijn volk bezocht.
17En dit gerucht over Hem verspreidde zich door geheel Judea en door heel de omliggende streek.
18En de discipelen van Johannes berichtten hem van al deze dingen.
En Johannes riep twee van zijn discipelen tot zich en zond hen tot Jezus, zeggende: Zijt Gij Degene die komen zou, of verwachten wij een ander?
Toen de mannen tot Hem gekomen waren, zeiden zij: Johannes de Doper heeft ons tot U gezonden om te vragen: Zijt Gij Degene die komen zou, of verwachten wij een ander?
21En diezelfde ure genas Hij velen van hun kwalen en plagen en boze geesten, en aan velen die blind waren schonk Hij het gezicht.
22Toen antwoordde Jezus en zeide tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij gezien en gehoord hebt: dat de blinden ziende worden, de kreupelen wandelen, de melaatsen gereinigd worden, de doven horen, de doden opgewekt worden, en aan de armen het Evangelie verkondigd wordt.
23En zalig is hij die aan Mij geen aanstoot neemt.
24En toen de boden van Johannes vertrokken waren, begon Hij tot het volk te spreken over Johannes: Wat zijt gij in de woestijn gaan zien? Een riet dat door de wind bewogen wordt?