Lukas 7:26
“Maar wat zijt gij gaan zien? Een profeet? Ja, Ik zeg u, en veel meer dan een profeet.”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 7 — omringende verzen
En diezelfde ure genas Hij velen van hun kwalen en plagen en boze geesten, en aan velen die blind waren schonk Hij het gezicht.
22Toen antwoordde Jezus en zeide tot hen: Gaat heen en boodschapt Johannes wat gij gezien en gehoord hebt: dat de blinden ziende worden, de kreupelen wandelen, de melaatsen gereinigd worden, de doven horen, de doden opgewekt worden, en aan de armen het Evangelie verkondigd wordt.
23En zalig is hij die aan Mij geen aanstoot neemt.
24En toen de boden van Johannes vertrokken waren, begon Hij tot het volk te spreken over Johannes: Wat zijt gij in de woestijn gaan zien? Een riet dat door de wind bewogen wordt?
25Maar wat zijt gij gaan zien? Een mens in zachte klederen gekleed? Zie, zij die prachtig gekleed zijn en weelderig leven, zijn in de paleizen der koningen.
Maar wat zijt gij gaan zien? Een profeet? Ja, Ik zeg u, en veel meer dan een profeet.
Deze is het van wie geschreven staat: Zie, Ik zend Mijn bode voor Uw aangezicht uit, die Uw weg voor U bereiden zal.
28Want Ik zeg u: onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is geen groter profeet dan Johannes de Doper; maar wie de minste is in het Koninkrijk Gods, is groter dan hij.
29En al het volk dat Hem hoorde, alsook de tollenaren, rechtvaardigden God, zijnde gedoopt met de doop van Johannes.
30Maar de Farizeeën en de wetgeleerden verwierpen de raad Gods voor zichzelf, niet door hem gedoopt zijnde.
31En de Heer zeide: Waarmede zal Ik dan de mensen van dit geslacht vergelijken, en waaraan zijn zij gelijk?