Terug naar Lukas 7
VSV
Statenvertaling

Lukas 7:36

En een van de Farizeeën nodigde Hem uit om bij hem te eten. En Hij ging het huis van de Farizeeër binnen en ging aanliggen.

Kruisverwijzingen

Context

Lukas 7 — omringende verzen

31

En de Heer zeide: Waarmede zal Ik dan de mensen van dit geslacht vergelijken, en waaraan zijn zij gelijk?

32

Zij zijn gelijk aan kinderen die op de markt zitten en elkander toeroepen, zeggende: Wij hebben voor u op de fluit gespeeld, en gij hebt niet gedanst; wij hebben voor u geweeklaagd, en gij hebt niet geweend.

33

Want Johannes de Doper is gekomen, die geen brood at en geen wijn dronk; en gij zegt: Hij heeft een duivel.

34

De Zoon des mensen is gekomen, etende en drinkende; en gij zegt: Zie, een vraatzuchtige mens en een wijnzuiper, een vriend van tollenaren en zondaars!

35

Maar de wijsheid is gerechtvaardigd door al haar kinderen.

36

En een van de Farizeeën nodigde Hem uit om bij hem te eten. En Hij ging het huis van de Farizeeër binnen en ging aanliggen.

37

En zie, een vrouw in de stad, die een zondares was, toen zij vernam dat Jezus in het huis van de Farizeeër aanlag, bracht een albasten fles met zalf,

38

En zij stond achter Hem bij Zijn voeten, wenende, en begon Zijn voeten nat te maken met haar tranen, en droogde ze af met de haren van haar hoofd, en kuste Zijn voeten, en zalfde ze met de zalf.

39

En toen de Farizeeër die Hem had uitgenodigd dit zag, sprak hij bij zichzelf, zeggende: Deze, indien Hij een profeet ware, zou weten wie en wat voor vrouw dit is die Hem aanraakt; want zij is een zondares.

40

En Jezus antwoordde en zeide tot hem: Simon, Ik heb u iets te zeggen. En hij zeide: Meester, spreek.

41

Er was een zekere schuldeiser die twee schuldenaars had; de ene was hem vijfhonderd penningen schuldig, en de andere vijftig.