Lukas 7:42
“En toen zij niet konden betalen, schold hij hun beiden de schuld kwijt. Zeg Mij nu, wie van hen zal hem het meest liefhebben?”
Kruisverwijzingen
Context
Lukas 7 — omringende verzen
En zie, een vrouw in de stad, die een zondares was, toen zij vernam dat Jezus in het huis van de Farizeeër aanlag, bracht een albasten fles met zalf,
38En zij stond achter Hem bij Zijn voeten, wenende, en begon Zijn voeten nat te maken met haar tranen, en droogde ze af met de haren van haar hoofd, en kuste Zijn voeten, en zalfde ze met de zalf.
39En toen de Farizeeër die Hem had uitgenodigd dit zag, sprak hij bij zichzelf, zeggende: Deze, indien Hij een profeet ware, zou weten wie en wat voor vrouw dit is die Hem aanraakt; want zij is een zondares.
40En Jezus antwoordde en zeide tot hem: Simon, Ik heb u iets te zeggen. En hij zeide: Meester, spreek.
41Er was een zekere schuldeiser die twee schuldenaars had; de ene was hem vijfhonderd penningen schuldig, en de andere vijftig.
En toen zij niet konden betalen, schold hij hun beiden de schuld kwijt. Zeg Mij nu, wie van hen zal hem het meest liefhebben?
Simon antwoordde en zeide: Ik veronderstel hij aan wie hij het meeste heeft kwijtgescholden. En Hij zeide tot hem: Gij hebt recht geoordeeld.
44En Hij wendde Zich naar de vrouw, en zeide tot Simon: Ziet gij deze vrouw? Ik ben in uw huis gekomen; water voor Mijn voeten hebt gij Mij niet gegeven; maar zij heeft Mijn voeten met haar tranen nat gemaakt en ze met de haren van haar hoofd afgedroogd.
45Een kus hebt gij Mij niet gegeven; maar zij heeft, van het ogenblik dat ik binnenkwam, niet opgehouden Mijn voeten te kussen.
46Mijn hoofd hebt gij niet met olie gezalfd; maar zij heeft Mijn voeten met zalf gezalfd.
47Daarom zeg Ik u: haar zonden, die vele zijn, zijn vergeven; want zij heeft veel liefgehad; maar wie weinig vergeven wordt, die heeft weinig lief.