Terug naar Lukas 7
VSV
Statenvertaling

Lukas 7:8

Want ik ben ook zelf een man gesteld onder gezag, en heb soldaten onder mij, en ik zeg tot de ene: Ga, en hij gaat; en tot de andere: Kom, en hij komt; en tot mijn knecht: Doe dit, en hij doet het.

Kruisverwijzingen

Context

Lukas 7 — omringende verzen

3

En toen hij van Jezus hoorde, zond hij de oudsten der Joden tot Hem, met de bede dat Hij zou komen en zijn knecht genezen.

4

En toen zij bij Jezus kwamen, smeekten zij Hem dringend, zeggende: Hij is het waard dat U dit voor hem doet;

5

Want hij heeft ons volk lief, en heeft zelf een synagoge voor ons gebouwd.

6

Toen ging Jezus met hen mee. En toen Hij niet ver meer van het huis was, zond de hoofdman vrienden tot Hem, om Hem te zeggen: Heer, doe Uzelf geen moeite, want ik ben niet waard dat U onder mijn dak binnenkomt;

7

Daarom ook achtte ik mijzelf niet waardig tot U te komen; maar spreek slechts een woord, en mijn knecht zal genezen zijn.

8

Want ik ben ook zelf een man gesteld onder gezag, en heb soldaten onder mij, en ik zeg tot de ene: Ga, en hij gaat; en tot de andere: Kom, en hij komt; en tot mijn knecht: Doe dit, en hij doet het.

9

Toen Jezus dit hoorde, verwonderde Hij Zich over hem, en Zich omwendend naar het volk dat Hem volgde, zeide Hij: Ik zeg u, zo groot een geloof heb Ik zelfs in Israël niet gevonden.

10

En zij die gezonden waren, keerden terug naar het huis en vonden de knecht gezond, die ziek was geweest.

11

En het geschiedde de dag daarna, dat Hij naar een stad trok die Naïn heette; en vele van Zijn discipelen gingen met Hem mee, en een grote menigte.

12

En toen Hij de stadspoort naderde, zie, er werd een dode uitgedragen, de enige zoon van zijn moeder, en zij was een weduwe; en veel volk uit de stad was bij haar.

13

En toen de Heer haar zag, werd Hij met ontferming over haar bewogen, en zeide tot haar: Ween niet.