Maleachi 3:17
“En zij zullen Mij ten eigendom zijn, zegt de HEER der heerscharen, op de dag dat Ik Mijn kleinoden samenstel; en Ik zal hen sparen, gelijk een man zijn zoon spaart die hem dient.”
Kruisverwijzingen
Context
Maleachi 3 — omringende verzen
En alle volken zullen u gelukkig prijzen; want gij zult een land des welbehagens zijn, zegt de HEER der heerscharen.
13Uw woorden zijn hardvochtig geweest jegens Mij, zegt de HEER. Maar gij zegt: Wat hebben wij zoveel tegen U gesproken?
14Gij hebt gezegd: Het is tevergeefs God te dienen; en wat baat het dat wij Zijn inzetting hebben onderhouden, en dat wij treurend voor de HEER der heerscharen hebben gewandeld?
15En nu noemen wij de hovaardigen gelukkig; ja, zij die goddeloosheid bedrijven worden groot; ja, zij die God verzoeken, ontkomen er aan.
16Toen spraken zij die de HEER vreesden, dikwijls met elkander; en de HEER sloeg er acht op en hoorde het, en er werd een gedenkboek voor Zijn aangezicht geschreven voor hen die de HEER vrezen en Zijn naam hoogachten.
En zij zullen Mij ten eigendom zijn, zegt de HEER der heerscharen, op de dag dat Ik Mijn kleinoden samenstel; en Ik zal hen sparen, gelijk een man zijn zoon spaart die hem dient.
Dan zult gij terugkeren en onderscheid zien tussen de rechtvaardige en de goddeloze, tussen hem die God dient en hem die Hem niet dient.