Terug naar Markus 10
VSV
Statenvertaling

Markus 10:28

Toen begon Petrus tot Hem te zeggen: Zie, wij hebben alles verlaten en zijn U gevolgd.

Kruisverwijzingen

Context

Markus 10 — omringende verzen

23

En Jezus keek rondom Zich en zei tot Zijn discipelen: Hoe moeilijk zullen zij die rijkdommen hebben het Koninkrijk Gods binnengaan!

24

En de discipelen waren verbaasd over Zijn woorden. Maar Jezus antwoordde wederom en zei tot hen: Kinderen, hoe moeilijk is het voor hen die op rijkdommen vertrouwen het Koninkrijk Gods in te gaan!

25

Het is gemakkelijker dat een kameel door het oog van een naald gaat, dan dat een rijke het Koninkrijk Gods ingaat.

26

En zij waren buiten maat verbaasd en zeiden tot elkander: Wie kan dan zalig worden?

27

En Jezus keek hen aan en zei: Bij mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want bij God zijn alle dingen mogelijk.

28

Toen begon Petrus tot Hem te zeggen: Zie, wij hebben alles verlaten en zijn U gevolgd.

29

En Jezus antwoordde en zei: Voorwaar, Ik zeg u: Er is niemand die huis, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers verlaten heeft om Mijn wil en om het Evangelie,

30

Of hij zal honderdvoud ontvangen, nu in deze tijd, huizen en broeders en zusters en moeders en kinderen en akkers, met vervolgingen; en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.

31

Maar vele eersten zullen de laatsten zijn en de laatsten de eersten.

32

En zij waren op de weg die opgaat naar Jeruzalem; en Jezus ging voor hen uit; en zij waren verbaasd en volgden Hem met vrees. En Hij nam wederom de twaalf tot Zich en begon hun te vertellen wat Hem zou overkomen,

33

Zeggende: Zie, wij gaan op naar Jeruzalem; en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en aan de schriftgeleerden; en zij zullen Hem ter dood veroordelen en Hem overleveren aan de heidenen: