Markus 11:28
“En zeiden tot Hem: Door wat voor gezag doet Gij deze dingen? En wie heeft U dit gezag gegeven om deze dingen te doen?”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 11 — omringende verzen
Want voorwaar Ik zeg u: Wie tot deze berg zegt: Word opgeheven en in de zee geworpen, en niet twijfelt in zijn hart, maar gelooft dat hetgeen hij zegt zal geschieden, het zal hem geworden naar hetgeen hij gezegd heeft.
24Daarom zeg Ik u: Al wat gij bidt en begeert, gelooft dat gij het ontvangen zult, en het zal u geworden.
25En wanneer gij staat te bidden, vergeeft, indien gij iets tegen iemand hebt; opdat ook uw Vader die in de hemelen is, u uw overtredingen vergeve.
26Maar indien gij niet vergeeft, zal uw Vader die in de hemelen is, ook uw overtredingen niet vergeven.
27En zij kwamen wederom te Jeruzalem; en terwijl Hij in de tempel wandelde, kwamen tot Hem de overpriesters en de schriftgeleerden en de oudsten,
En zeiden tot Hem: Door wat voor gezag doet Gij deze dingen? En wie heeft U dit gezag gegeven om deze dingen te doen?
En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Ik zal u ook één ding vragen, en antwoordt Mij, dan zal Ik u zeggen door wat voor gezag Ik deze dingen doe.
30De doop van Johannes, was die uit de hemel of uit de mensen? Antwoordt Mij.
31En zij overlegden bij zichzelf, zeggende: Indien wij zeggen: Uit de hemel; zal Hij zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd?
32Maar indien wij zeggen: Uit de mensen; vreesden zij het volk; want allen hielden Johannes voor een ware profeet.
33En zij antwoordden en zeiden tot Jezus: Wij weten het niet. En Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dan zeg Ik u ook niet door wat voor gezag Ik deze dingen doe.