Markus 14:61
“Maar Hij zweeg en antwoordde niets. Wederom vroeg de hogepriester Hem en zei tot Hem: Bent U de Christus, de Zoon van de Gezegende?”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 14 — omringende verzen
Want velen getuigden valselijk tegen Hem, maar hun getuigenissen kwamen niet overeen.
57En sommigen stonden op en getuigden valselijk tegen Hem en zeiden:
58Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal deze tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en in drie dagen een andere bouwen, die zonder handen gemaakt is.
59Maar ook zo kwam hun getuigenis niet overeen.
60En de hogepriester stond op in het midden en vroeg Jezus en zei: Antwoordt U niets? Wat is het wat dezen tegen U getuigen?
Maar Hij zweeg en antwoordde niets. Wederom vroeg de hogepriester Hem en zei tot Hem: Bent U de Christus, de Zoon van de Gezegende?
En Jezus zeide: Ik ben het; en gij zult de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand der kracht, en komen met de wolken des hemels.
63Toen scheurde de hogepriester zijn klederen, en zeide: Wat hebben wij nog getuigen nodig?
64Gij hebt de godslastering gehoord; wat dunkt u? En zij veroordeelden Hem allen als schuldig aan de dood.
65En sommigen begonnen Hem aan te spuwen, en Zijn aangezicht te bedekken, en Hem met vuisten te slaan, en tot Hem te zeggen: Profeteer! En de dienaars sloegen Hem met de vlakke hand.
66En terwijl Petrus beneden in de voorhof was, kwam er een van de dienstmaagden van de hogepriester;