Markus 14:68
“Maar hij verloochende het, zeggende: Ik weet niet en begrijp niet wat gij zegt. En hij ging naar buiten, naar de poort; en de haan kraaide.”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 14 — omringende verzen
Toen scheurde de hogepriester zijn klederen, en zeide: Wat hebben wij nog getuigen nodig?
64Gij hebt de godslastering gehoord; wat dunkt u? En zij veroordeelden Hem allen als schuldig aan de dood.
65En sommigen begonnen Hem aan te spuwen, en Zijn aangezicht te bedekken, en Hem met vuisten te slaan, en tot Hem te zeggen: Profeteer! En de dienaars sloegen Hem met de vlakke hand.
66En terwijl Petrus beneden in de voorhof was, kwam er een van de dienstmaagden van de hogepriester;
67En toen zij Petrus zag, die zich warmde, keek zij hem aan en zeide: En jij was ook bij Jezus van Nazareth.
Maar hij verloochende het, zeggende: Ik weet niet en begrijp niet wat gij zegt. En hij ging naar buiten, naar de poort; en de haan kraaide.
En een dienstmaagd zag hem opnieuw, en begon tot hen die daarbij stonden te zeggen: Deze is er een van.
70En hij verloochende het opnieuw. En een weinig later zeiden zij die daarbij stonden wederom tot Petrus: Voorwaar, gij bent er een van; want gij bent ook een Galileeër, en uw spraak komt daarmee overeen.
71Maar hij begon te vloeken en te zweren: Ik ken deze Man niet van Wie gij spreekt.
72En de haan kraaide ten tweede male. En Petrus herinnerde zich het woord dat Jezus tot hem gezegd had: Eer de haan tweemaal kraait, zult gij Mij driemaal verloochenen. En hij barstte uit in wenen.