Markus 15:31
“Evenzo spotten ook de overpriesters onder elkaar met de schriftgeleerden en zeiden: Anderen heeft Hij verlost; Zichzelf kan Hij niet verlossen.”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 15 — omringende verzen
En het opschrift van Zijn beschuldiging was daarboven geschreven: DE KONING DER JODEN.
27En samen met Hem kruisigden zij twee moordenaars; één aan Zijn rechterhand en één aan Zijn linkerhand.
28En de Schrift werd vervuld, die zegt: En Hij is onder de overtreders gerekend.
29En de voorbijgangers lasterden Hem, hun hoofd schuddend, en zeggende: Ha, Gij Die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt,
30Verlos Uzelf, en kom af van het kruis!
Evenzo spotten ook de overpriesters onder elkaar met de schriftgeleerden en zeiden: Anderen heeft Hij verlost; Zichzelf kan Hij niet verlossen.
Laat de Christus, de Koning van Israël, nu van het kruis afkomen, opdat wij het zien en geloven. En ook die met Hem gekruisigd waren, smaadden Hem.
33En toen het zesde uur was gekomen, viel er duisternis over het gehele land tot het negende uur.
34En op het negende uur riep Jezus met luide stem: Eloï, Eloï, lama sabachthani? hetgeen vertaald is: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?
35En sommigen van hen die daarbij stonden, hoorden het en zeiden: Zie, Hij roept Elias.
36En er liep iemand heen, vulde een spons met azijn, stak die op een riet, en gaf Hem te drinken, zeggende: Houd op; laat ons zien of Elias komt om Hem af te nemen.