Markus 2:14
“En toen Hij voorbijging, zag Hij Levi, de zoon van Alfeüs, aan het tolhuis zitten en zei tot hem: Volg Mij. En hij stond op en volgde Hem.”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 2 — omringende verzen
Wat is gemakkelijker: tot de verlamde te zeggen: Uw zonden zijn u vergeven, of te zeggen: Sta op, neem uw matras op en wandel?
10Maar opdat u weet dat de Zoon des mensen macht heeft op aarde om zonden te vergeven — zei Hij tot de verlamde —
11Ik zeg u: Sta op, neem uw matras op en ga naar uw huis.
12En onmiddellijk stond hij op, nam de matras op en ging voor aller ogen naar buiten; zodat zij allen verbaasd stonden en God verheerlijkten, zeggende: Zoiets hebben wij nooit gezien.
13En Hij ging weer langs de zee; en de gehele menigte stroomde tot Hem, en Hij onderwees hen.
En toen Hij voorbijging, zag Hij Levi, de zoon van Alfeüs, aan het tolhuis zitten en zei tot hem: Volg Mij. En hij stond op en volgde Hem.
En het geschiedde dat, terwijl Jezus aan tafel zat in zijn huis, ook vele tollenaars en zondaars samen met Jezus en Zijn discipelen aanzaten; want er waren er velen, en zij volgden Hem.
16En toen de schriftgeleerden en Farizeeën Hem zagen eten met tollenaars en zondaars, zeiden zij tot Zijn discipelen: Hoe komt het dat Hij eet en drinkt met tollenaars en zondaars?
17Toen Jezus dit hoorde, zeide Hij tot hen: Wie gezond zijn hebben geen geneesheer nodig, maar wie ziek zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars tot bekering.
18En de discipelen van Johannes en de Farizeeën plachten te vasten, en zij kwamen en zeiden tot Hem: Waarom vasten de discipelen van Johannes en de discipelen van de Farizeeën, maar vasten Uw discipelen niet?
19En Jezus zeide tot hen: Kunnen de bruiloftsgasten vasten terwijl de bruidegom bij hen is? Zolang zij de bruidegom bij zich hebben, kunnen zij niet vasten.