Markus 3:4
“En Hij zeide tot hen: Is het geoorloofd op de sabbat goed te doen of kwaad te doen, het leven te redden of te doden? Maar zij zwegen.”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 3 — omringende verzen
En Hij ging opnieuw de synagoge binnen, en daar was een man die een verdorde hand had.
2En zij loerden op Hem of Hij hem op de sabbat zou genezen, opdat zij Hem zouden kunnen beschuldigen.
3En Hij zeide tot de man die de verdorde hand had: Sta op en kom in het midden.
En Hij zeide tot hen: Is het geoorloofd op de sabbat goed te doen of kwaad te doen, het leven te redden of te doden? Maar zij zwegen.
En toen Hij rondom op hen gezien had met toorn, bedroefd zijnde over de verharding van hun hart, zeide Hij tot de man: Strek uw hand uit. En hij strekte hem uit, en zijn hand werd hersteld, gezond als de andere.
6En de Farizeeën gingen naar buiten en overlegden terstond met de Herodianen tegen Hem, hoe zij Hem zouden kunnen ombrengen.
7Maar Jezus trok Zich met Zijn discipelen terug naar de zee, en een grote menigte uit Galilea volgde Hem, en uit Judea,
8En uit Jeruzalem, en uit Idumea, en van over de Jordaan, en zij uit de omgeving van Tyrus en Sidon, een grote menigte, toen zij gehoord hadden welke grote dingen Hij deed, kwamen tot Hem.
9En Hij sprak tot Zijn discipelen dat er een klein schip voor Hem gereed zou zijn vanwege de menigte, opdat zij Hem niet zouden verdringen.