Markus 4:40
“En Hij zeide tot hen: Waarom zijt gij zo bevreesd? Hoe is het dat gij geen geloof hebt?”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 4 — omringende verzen
En op diezelfde dag, toen het avond geworden was, zeide Hij tot hen: Laat ons oversteken naar de overkant.
36En nadat zij de schare hadden weggezonden, namen zij Hem mede, zoals Hij in het schip was. En er waren ook andere scheepjes met Hem.
37En er ontstond een grote windstorm, en de golven sloegen in het schip, zodat het nu vol werd.
38En Hij was in het achterschip, slapend op een hoofdkussen; en zij wekten Hem op en zeiden tot Hem: Meester, bekommert U Zich niet dat wij vergaan?
39En Hij stond op en bestrafte de wind, en zeide tot de zee: Zwijg, wees stil. En de wind ging liggen, en er werd een grote stilte.
En Hij zeide tot hen: Waarom zijt gij zo bevreesd? Hoe is het dat gij geen geloof hebt?
En zij vreesden met grote vreze, en zeiden tot elkander: Wie is toch Deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzamen?