Markus 7:18
“En Hij zeide tot hen: Zijt ook gij zo onverstandig? Begrijpt gij niet dat al wat van buiten in de mens ingaat, hem niet kan verontreinigen?”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 7 — omringende verzen
En zo maakt gij het woord van God krachteloos door uw overlevering die gij overgeleverd hebt; en vele dergelijke dingen doet gij.
14En Hij riep al het volk tot Zich en zeide tot hen: Hoort naar Mij, gij allen, en verstaat:
15Er is niets van buiten een mens dat, in hem ingaande, hem kan verontreinigen; maar de dingen die uit hem uitgaan, die zijn het die de mens verontreinigen.
16Als iemand oren heeft om te horen, die hore.
17En toen Hij van het volk het huis was binnengegaan, vroegen Zijn discipelen Hem naar de gelijkenis.
En Hij zeide tot hen: Zijt ook gij zo onverstandig? Begrijpt gij niet dat al wat van buiten in de mens ingaat, hem niet kan verontreinigen?
Want het gaat niet in zijn hart, maar in de buik, en gaat uit in de riool, waardoor al het voedsel gereinigd wordt.
20En Hij zeide: Hetgeen uit de mens uitgaat, dat verontreinigt de mens.
21Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen voort kwade gedachten, overspel, hoererij, moord,
22Diefstal, hebzucht, boosheid, bedrog, losbandigheid, een boos oog, godslastering, hoogmoed, dwaasheid;
23Al deze kwade dingen komen van binnenuit en verontreinigen de mens.