Markus 7:2
“En toen zij zagen dat sommige van Zijn discipelen brood aten met onreine, dat wil zeggen ongewassen, handen, grepen zij dit aan.”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 7 — omringende verzen
En de Farizeeën en sommige van de schriftgeleerden, die uit Jeruzalem gekomen waren, kwamen bij Hem samen.
En toen zij zagen dat sommige van Zijn discipelen brood aten met onreine, dat wil zeggen ongewassen, handen, grepen zij dit aan.
Want de Farizeeën en alle Joden eten niet tenzij zij hun handen meermalen wassen, omdat zij de overlevering van de ouden vasthouden.
4En als zij van de markt komen, eten zij niet tenzij zij zich gewassen hebben. En er zijn nog vele andere dingen die zij hebben ontvangen om te onderhouden, zoals het wassen van bekers en kannen, koperen vaten en tafels.
5Toen vroegen de Farizeeën en schriftgeleerden Hem: Waarom wandelen Uw discipelen niet naar de overlevering van de ouden, maar eten zij brood met ongewassen handen?
6Hij antwoordde en zeide tot hen: Terecht heeft Jesaja over u, huichelaars, geprofeteerd, zoals er geschreven staat: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij verwijderd.
7Doch tevergeefs eren zij Mij, omdat zij leringen onderwijzen die geboden van mensen zijn.