Markus 8:32
“En Hij sprak dit openlijk. En Petrus nam Hem terzijde en begon Hem te berispen.”
Kruisverwijzingen
Context
Markus 8 — omringende verzen
En Jezus ging uit, met Zijn discipelen, naar de dorpen van Caesarea Filippi; en onderweg vroeg Hij Zijn discipelen en zei tegen hen: Wie zeggen de mensen dat Ik ben?
28En zij antwoordden: Johannes de Doper; maar sommigen zeggen Elia; en anderen: Een van de profeten.
29En Hij zei tegen hen: Maar wie zegt u dat Ik ben? En Petrus antwoordde en zei tegen Hem: U bent de Christus.
30En Hij gebood hen dat zij niemand over Hem zouden vertellen.
31En Hij begon hun te leren dat de Zoon des mensen veel moest lijden en verworpen worden door de oudsten en de overpriesters en de schriftgeleerden, en gedood worden, en na drie dagen opstaan.
En Hij sprak dit openlijk. En Petrus nam Hem terzijde en begon Hem te berispen.
Maar toen Hij Zich omgekeerd had en Zijn discipelen aanzag, bestrafte Hij Petrus en zei: Ga weg achter Mij, satan; want u bedenkt niet de dingen die van God zijn, maar de dingen die van mensen zijn.
34En nadat Hij het volk bij Zich geroepen had samen met Zijn discipelen, zei Hij tegen hen: Wie achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf, en neme zijn kruis op, en volge Mij.
35Want wie zijn leven wil redden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven zal verliezen omwille van Mij en het Evangelie, die zal het redden.
36Want wat baat het een mens, als hij de hele wereld zou winnen en zijn eigen ziel zou verliezen?
37Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn ziel?