Terug naar Mattheüs 12
VSV
Statenvertaling

Mattheüs 12:39

Maar Hij antwoordde en zei tot hen: Een slecht en overspelig geslacht zoekt een teken, en er zal het geen teken gegeven worden dan het teken van de profeet Jona.

Kruisverwijzingen

Context

Mattheüs 12 — omringende verzen

34

O geslacht van adderen, hoe kunt gij, daar gij slecht zijt, goede dingen spreken? Want uit de overvloed des harten spreekt de mond.

35

Een goed mens brengt uit de goede schat des harten goede dingen voort, en een slecht mens brengt uit de slechte schat slechte dingen voort.

36

Doch Ik zeg u dat de mensen rekenschap zullen geven van ieder ijdel woord dat zij gesproken hebben, op de dag des oordeels.

37

Want uit uw woorden zult u gerechtvaardigd worden, en uit uw woorden zult u veroordeeld worden.

38

Toen antwoordden sommige van de Schriftgeleerden en Farizeeën en zeiden: Meester, wij willen een teken van U zien.

39

Maar Hij antwoordde en zei tot hen: Een slecht en overspelig geslacht zoekt een teken, en er zal het geen teken gegeven worden dan het teken van de profeet Jona.

40

Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van de walvis was, zo zal de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten in het hart der aarde zijn.

41

De mannen van Ninevé zullen opstaan in het oordeel met dit geslacht, en zullen het veroordelen, omdat zij zich bekeerden bij de prediking van Jona; en zie, meer dan Jona is hier.

42

De koningin van het zuiden zal opstaan in het oordeel met dit geslacht, en zal het veroordelen, want zij kwam van de uiterste einden der aarde om de wijsheid van Salomo te horen; en zie, meer dan Salomo is hier.

43

Wanneer de onreine geest uit de mens is uitgegaan, gaat hij door dorre plaatsen, zoekende rust, en vindt die niet.

44

Dan zegt hij: Ik zal terugkeren naar mijn huis van waar ik ben uitgegaan; en wanneer hij komt, vindt hij het leeg, geveegd en versierd.