Mattheüs 12:49
“En Hij strekte Zijn hand uit naar Zijn discipelen en zei: Zie, Mijn moeder en Mijn broeders!”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 12 — omringende verzen
Dan zegt hij: Ik zal terugkeren naar mijn huis van waar ik ben uitgegaan; en wanneer hij komt, vindt hij het leeg, geveegd en versierd.
45Dan gaat hij heen en neemt zeven andere geesten met zich mee, die slechter zijn dan hijzelf, en zij gaan erin en wonen daar; en het laatste van die mens wordt erger dan het eerste. Zo zal het ook met dit slechte geslacht zijn.
46Terwijl Hij nog tot het volk sprak, zie, Zijn moeder en Zijn broeders stonden buiten en wensten met Hem te spreken.
47Toen zei iemand tot Hem: Zie, Uw moeder en Uw broeders staan buiten en wensen met U te spreken.
48Maar Hij antwoordde en zei tot hem die het Hem zei: Wie is Mijn moeder, en wie zijn Mijn broeders?
En Hij strekte Zijn hand uit naar Zijn discipelen en zei: Zie, Mijn moeder en Mijn broeders!
Want een ieder die de wil doet van Mijn Vader Die in de hemel is, die is Mijn broeder en zuster en moeder.