Mattheüs 12:7
“Doch indien gij geweten hadt wat dit betekent: Ik wil barmhartigheid en geen offer, gij zoudt de onschuldigen niet veroordeeld hebben.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 12 — omringende verzen
Toen de farizeën dit zagen, zeiden zij tot Hem: Zie, Uw discipelen doen wat niet geoorloofd is te doen op de sabbat.
3Maar Hij zeide tot hen: Hebt gij niet gelezen wat David gedaan heeft toen hij honger had, en zij die bij hem waren;
4Hoe hij in het huis Gods ging en de toonbroden at, die hij niet mocht eten, noch zij die bij hem waren, maar alleen de priesters?
5Of hebt gij niet in de wet gelezen dat op de sabbat de priesters in de tempel de sabbat ontheiligen en onschuldig zijn?
6Maar Ik zeg u dat hier Iemand is Die groter is dan de tempel.
Doch indien gij geweten hadt wat dit betekent: Ik wil barmhartigheid en geen offer, gij zoudt de onschuldigen niet veroordeeld hebben.
Want de Zoon des mensen is Heer ook van de sabbat.
9En toen Hij van daar weggegaan was, ging Hij in hun synagoge.
10En zie, daar was een mens die een verdorde hand had. En zij vroegen Hem en zeiden: Is het geoorloofd op de sabbat te genezen? opdat zij Hem zouden beschuldigen.
11En Hij zeide tot hen: Welk mens zal er onder u zijn die één schaap heeft, en indien dit op de sabbat in een kuil valt, zal hij het niet aangrijpen en eruit halen?
12Hoeveel is dan een mens meer waard dan een schaap? Daarom is het geoorloofd op de sabbat goed te doen.