Mattheüs 13:32
“Dat wel het kleinste is van alle zaden, maar wanneer het opgegroeid is, is het het grootste van de tuingewassen, en het wordt een boom, zodat de vogels des hemels komen en nestelen in zijn takken.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 13 — omringende verzen
De dienaren van de heer des huizes kwamen dan en zeiden tot hem: Heer, hebt u niet goed zaad in uw akker gezaaid? Vanwaar heeft hij dan onkruid?
28Hij zeide tot hen: Een vijand heeft dit gedaan. De dienaren zeiden tot hem: Wilt u dan dat wij heengaan en het bijeenverzamelen?
29Maar hij zeide: Neen, opdat u bij het bijeenverzamelen van het onkruid niet ook de tarwe daarmee uittrekt.
30Laat beiden samen opgroeien tot de oogst; en in de tijd van de oogst zal ik tot de maaiers zeggen: Verzamel eerst het onkruid bijeeen en bind het in bundels om het te verbranden, maar breng de tarwe bijeen in mijn schuur.
31Een andere gelijkenis stelde Hij hun voor, zeggende: Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mosterdzaad, dat iemand nam en in zijn akker zaaide;
Dat wel het kleinste is van alle zaden, maar wanneer het opgegroeid is, is het het grootste van de tuingewassen, en het wordt een boom, zodat de vogels des hemels komen en nestelen in zijn takken.
Een andere gelijkenis sprak Hij tot hen: Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan zuurdesem, dat een vrouw nam en verborg in drie maten meel, totdat het geheel doorzuurd was.
34Al deze dingen sprak Jezus tot de scharen in gelijkenissen, en zonder gelijkenis sprak Hij niets tot hen;
35Opdat vervuld zou worden wat gesproken is door de profeet, die zegt: Ik zal mijn mond openen in gelijkenissen; Ik zal dingen uitspreken die verborgen zijn geweest van de grondlegging der wereld.
36Toen zond Jezus de scharen weg en ging het huis in; en zijn discipelen kwamen tot Hem en zeiden: Verklaar ons de gelijkenis van het onkruid op de akker.
37Hij antwoordde en zeide tot hen: Die het goede zaad zaait, is de Zoon des mensen;