Mattheüs 13:53
“En het geschiedde, dat Jezus, toen Hij deze gelijkenissen geëindigd had, van daar vertrok.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 13 — omringende verzen
Hetwelk, toen het vol was, zij optrokken naar de oever, en neerzittende lazen zij de goede in vaten bijeen, maar de slechte wierpen zij weg.
49Alzo zal het zijn in het einde der wereld; de engelen zullen uitgaan en de bozen scheiden van de rechtvaardigen,
50En hen werpen in de vuuroven; daar zal geween zijn en knersing der tanden.
51Jezus zeide tot hen: Hebt u dit alles begrepen? Zij zeiden tot Hem: Ja, Heer.
52Toen zeide Hij tot hen: Daarom is iedere schriftgeleerde, die onderwezen is in het koninkrijk der hemelen, gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn schat nieuwe en oude dingen voortbrengt.
En het geschiedde, dat Jezus, toen Hij deze gelijkenissen geëindigd had, van daar vertrok.
En toen Hij in zijn vaderstad gekomen was, leerde Hij hen in hun synagoge, zodat zij versteld stonden en zeiden: Vanwaar heeft deze man deze wijsheid en deze krachtige werken?
55Is dit niet de zoon van de timmerman? Wordt zijn moeder niet Maria genoemd, en zijn broeders Jakobus en Joses en Simon en Judas?
56En zijn zusters, zijn zij niet allen bij ons? Vanwaar heeft deze man dan dit alles?
57En zij namen aanstoot aan Hem. Maar Jezus zeide tot hen: Een profeet is niet ongeëerd, behalve in zijn vaderstad en in zijn eigen huis.
58En Hij deed daar niet veel krachtige werken vanwege hun ongeloof.