Terug naar Mattheüs 16
VSV
Statenvertaling

Mattheüs 16:22

En Petrus nam Hem terzijde en begon Hem te berispen, zeggende: Ver zij dit van U, Heer, dit zal U geenszins overkomen.

Kruisverwijzingen

Context

Mattheüs 16 — omringende verzen

17

En Jezus antwoordde en zeide tot hem: Gezegend zijt gij, Simon Barjona, want vlees en bloed heeft u dit niet geopenbaard, maar Mijn Vader Die in de hemelen is.

18

En Ik zeg u ook dat gij Petrus zijt, en op deze rots zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen.

19

En Ik zal u de sleutels van het koninkrijk der hemelen geven, en wat gij op aarde bindt, zal in de hemel gebonden zijn, en wat gij op aarde ontbindt, zal in de hemel ontbonden zijn.

20

Toen gebood Hij Zijn discipelen dat zij niemand zouden zeggen dat Hij Jezus de Christus was.

21

Van die tijd af begon Jezus Zijn discipelen te tonen hoe Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden van de oudsten en overpriesters en schriftgeleerden, en gedood worden en op de derde dag opgewekt worden.

22

En Petrus nam Hem terzijde en begon Hem te berispen, zeggende: Ver zij dit van U, Heer, dit zal U geenszins overkomen.

23

Maar Hij keerde Zich om en zeide tot Petrus: Ga weg achter Mij, Satan, gij zijt Mij een aanstoot, want gij bedenkt niet de dingen die van God zijn, maar die van de mensen zijn.

24

Toen zeide Jezus tot Zijn discipelen: Als iemand achter Mij wil komen, moet hij zichzelf verloochenen en zijn kruis opnemen en Mij volgen.

25

Want wie zijn leven wil behouden, die zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, die zal het vinden.

26

Want wat baat het een mens als hij de gehele wereld wint en zijn eigen ziel verliest? Of wat zal een mens geven als losprijs voor zijn ziel?

27

Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid van Zijn Vader met Zijn engelen, en dan zal Hij ieder vergelden naar zijn werken.