Mattheüs 2:8
“En hij zond hen naar Bethlehem en zei: Gaat heen en onderzoekt nauwkeurig naar het Kind; en wanneer u Het gevonden hebt, brengt mij dan bericht, opdat ook ik kan komen en Het aanbidden.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 2 — omringende verzen
Toen koning Herodes dit hoorde, werd hij ontrust, en heel Jeruzalem met hem.
4En hij riep alle overpriesters en schriftgeleerden van het volk bijeen en vroeg hun waar de Christus geboren zou worden.
5En zij zeiden tot hem: Te Bethlehem in Judea; want aldus staat er geschreven door de profeet:
6En u, Bethlehem, land van Juda, u bent geenszins de minste onder de vorsten van Juda; want uit u zal een Leidsman voortkomen, Die Mijn volk Israël zal weiden.
7Toen riep Herodes de wijzen heimelijk bij zich en onderzocht nauwkeurig bij hen welke tijd de ster verschenen was.
En hij zond hen naar Bethlehem en zei: Gaat heen en onderzoekt nauwkeurig naar het Kind; en wanneer u Het gevonden hebt, brengt mij dan bericht, opdat ook ik kan komen en Het aanbidden.
Nadat zij de koning gehoord hadden, vertrokken zij; en zie, de ster, die zij in het Oosten gezien hadden, ging voor hen uit, totdat zij boven de plaats waar het Kind was, stilstond.
10Toen zij de ster zagen, verheugden zij zich met zeer grote vreugde.
11En toen zij in het huis gekomen waren, zagen zij het Kind met Maria, Zijn moeder, en zij vielen neer en aanbaden Hem; en zij openden hun schatkisten en brachten Hem geschenken: goud en wierook en mirre.
12En door een goddelijke aanwijzing in een droom gewaarschuwd om niet naar Herodes terug te keren, vertrokken zij langs een andere weg naar hun land.
13Nadat zij vertrokken waren, zie, een engel van de Heer verschijnt aan Jozef in een droom en zegt: Sta op, neem het Kind en Zijn moeder, en vlucht naar Egypte, en blijf daar totdat ik het u zeg; want Herodes zal het Kind zoeken om Het te doden.