Mattheüs 21:37
“Maar ten laatste zond hij zijn zoon tot hen en zei: Zij zullen mijn zoon ontzien.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 21 — omringende verzen
Want Johannes is tot u gekomen op de weg der gerechtigheid, en u hebt hem niet geloofd; maar de tollenaars en de hoeren geloofden hem; en u, die dit gezien hebt, hebt daarna geen berouw gehad, om hem te geloven.
33Hoort een andere gelijkenis: Er was een zeker huisvader die een wijngaard plantte, en omheinde die, en groef daarin een wijnpers, en bouwde een toren, en verhuurde die aan landbouwers, en reisde naar een ver land.
34En toen de tijd der vruchten naderde, zond hij zijn dienstknechten tot de landbouwers, om zijn vruchten te ontvangen.
35En de landbouwers namen zijn dienstknechten, en sloegen de één, en doodden de ander, en stenigden de derde.
36Wederom zond hij andere dienstknechten, meer dan de eersten; en zij deden hun evenzo.
Maar ten laatste zond hij zijn zoon tot hen en zei: Zij zullen mijn zoon ontzien.
Maar toen de landbouwers de zoon zagen, zeiden zij onder elkaar: Dit is de erfgenaam; komt, laat ons hem doden en zijn erfenis in bezit nemen.
39En zij grepen hem, wierpen hem buiten de wijngaard en doodden hem.
40Wanneer nu de heer van de wijngaard komt, wat zal hij met die landbouwers doen?
41Zij zeiden tot hem: Hij zal die slechte mensen jammerlijk ombrengen, en zijn wijngaard verhuren aan andere landbouwers, die hem de vruchten op hun tijd zullen geven.
42Jezus zeide tot hen: Hebt u nooit gelezen in de Schriften: De steen die de bouwers verworpen hebben, die is tot een hoeksteen geworden; dit is door de Heer gedaan, en het is wonderlijk in onze ogen?