Mattheüs 22:30
“Want in de opstanding huwen zij niet, noch worden zij ten huwelijk gegeven, maar zij zijn als de engelen Gods in de hemel.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 22 — omringende verzen
Nu waren er bij ons zeven broeders; en de eerste huwde een vrouw en stierf, en omdat hij geen nageslacht had, liet hij zijn vrouw aan zijn broeder na;
26Evenzo de tweede, en de derde, tot aan de zevende.
27En als laatste stierf ook de vrouw.
28In de opstanding dan, wiens vrouw zal zij zijn van de zeven? Want zij allen hebben haar gehad.
29Jezus antwoordde en zeide tot hen: U dwaalt, omdat u de Schriften niet kent, noch de kracht van God.
Want in de opstanding huwen zij niet, noch worden zij ten huwelijk gegeven, maar zij zijn als de engelen Gods in de hemel.
Maar wat de opstanding der doden betreft, hebt u niet gelezen wat tot u door God gesproken is:
32Ik ben de God van Abraham, en de God van Izak, en de God van Jakob? God is niet een God der doden, maar der levenden.
33En toen de menigte dit hoorde, stond zij versteld over Zijn leer.
34Maar toen de Farizeeën hoorden dat Hij de Sadduceeën tot zwijgen had gebracht, kwamen zij samen.
35En één van hen, een wetgeleerde, stelde Hem een vraag om Hem te verzoeken: