Terug naar Mattheüs 23
VSV
Statenvertaling

Mattheüs 23:18

En: Wie zweert bij het altaar, dat is niets; maar wie zweert bij de gave die erop ligt, die is schuldig.

Kruisverwijzingen

Context

Mattheüs 23 — omringende verzen

13

Maar wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! want gij sluit het Koninkrijk der hemelen voor de mensen; want gij gaat er zelf niet in, en hen die er willen binnengaan, laat gij niet toe.

14

Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! want gij verteert de huizen der weduwen, en dat onder de schijn van lang te bidden; daarom zult gij een des te zwaarder oordeel ontvangen.

15

Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! want gij doorkruist zee en land om één bekeerling te maken, en wanneer hij het geworden is, maakt gij hem een tweevoudig kind van de hel, meer dan gijzelf.

16

Wee u, blinde gidsen, die zegt: Wie zweert bij de tempel, dat is niets; maar wie zweert bij het goud van de tempel, die is gebonden!

17

Dwazen en blinden! want wat is groter, het goud, of de tempel die het goud heiligt?

18

En: Wie zweert bij het altaar, dat is niets; maar wie zweert bij de gave die erop ligt, die is schuldig.

19

Dwazen en blinden! want wat is groter, de gave, of het altaar dat de gave heiligt?

20

Wie dan zweert bij het altaar, zweert daarbij en bij alles wat erop ligt.

21

En wie zweert bij de tempel, zweert daarbij en bij Hem Die daarin woont.

22

En wie zweert bij de hemel, zweert bij de troon van God en bij Hem Die daarop zit.

23

Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars! want gij geeft tienden van munt en dille en komijn, en gij hebt de gewichtiger zaken van de wet nagelaten: het oordeel, de barmhartigheid en het geloof. Deze dingen behoorde men te doen, en de andere niet na te laten.