Mattheüs 24:32
“Leer nu deze gelijkenis van de vijgenboom: wanneer zijn tak al zacht wordt en de bladeren uitspruiten, weet u dat de zomer nabij is.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 24 — omringende verzen
Want gelijk de bliksem uitgaat van het oosten en schijnt tot het westen, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.
28Want overal waar het dode lichaam is, daar zullen de arenden vergaderd worden.
29Terstond na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden, en de maan zal haar licht niet geven, en de sterren zullen van de hemel vallen, en de krachten der hemelen zullen bewogen worden.
30En dan zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel; en dan zullen al de stammen der aarde rouw bedrijven, en zij zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met kracht en grote heerlijkheid.
31En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een groot geluid van een bazuin, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste der hemelen tot het andere.
Leer nu deze gelijkenis van de vijgenboom: wanneer zijn tak al zacht wordt en de bladeren uitspruiten, weet u dat de zomer nabij is.
Zo ook u, wanneer u dit alles zult zien, weet dan dat het nabij is, ja voor de deur.
34Voorwaar, Ik zeg u: dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, totdat dit alles vervuld zal zijn.
35De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.
36Maar van die dag en dat uur weet niemand, ook de engelen der hemelen niet, maar alleen Mijn Vader.
37Maar zoals de dagen van Noach waren, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn.