Mattheüs 25:12
“Maar hij antwoordde en zei: Voorwaar, Ik zeg u: ik ken u niet.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 25 — omringende verzen
Toen stonden al die maagden op en maakten haar lampen gereed.
8En de dwaze zeiden tot de wijze: Geeft ons van uw olie, want onze lampen gaan uit.
9Maar de wijze antwoordden en zeiden: Geenszins, opdat er misschien niet genoeg zij voor ons en voor u; gaat liever naar de verkopers en koopt voor uzelf.
10En terwijl zij heengingen om te kopen, kwam de bruidegom; en die gereed waren gingen met hem in naar de bruiloft, en de deur werd gesloten.
11Daarna kwamen ook de andere maagden en zeiden: Heer, Heer, doe ons open.
Maar hij antwoordde en zei: Voorwaar, Ik zeg u: ik ken u niet.
Waakt dan, want u weet de dag noch het uur waarin de Zoon des mensen komt.
14Want het Koninkrijk der hemelen is als een man die op reis ging naar een ver land, die zijn dienstknechten riep en hun zijn bezittingen toevertrouwde.
15En aan de een gaf hij vijf talenten, aan een ander twee, en aan een ander één, aan ieder naar zijn eigen bekwaamheid; en hij reisde terstond weg.
16Toen ging hij die de vijf talenten ontvangen had, handelde daarmee en won vijf andere talenten.
17En evenzo hij die de twee ontvangen had, hij won ook twee andere.