Mattheüs 5:11
“Zalig zijt gij, wanneer de mensen u smaden en vervolgen, en alle kwaad tegen u spreken, valselijk, om Mijnentwil.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 5 — omringende verzen
Zalig zijn die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
7Zalig zijn de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden.
8Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien.
9Zalig zijn de vredemakers, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.
10Zalig zijn zij die vervolgd worden om der gerechtigheid wil, want hunner is het Koninkrijk der hemelen.
Zalig zijt gij, wanneer de mensen u smaden en vervolgen, en alle kwaad tegen u spreken, valselijk, om Mijnentwil.
Verblijdt en verheugt u zeer, want uw loon is groot in de hemelen, want alzo hebben zij vervolgd de profeten die vóór u geweest zijn.
13Gij zijt het zout der aarde; maar indien het zout zijn kracht verliest, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe dan om buiten geworpen en door de mensen vertreden te worden.
14Gij zijt het licht der wereld. Een stad die op een berg ligt, kan niet verborgen zijn.
15Ook steekt men geen kaars aan en zet die onder een korenmaat, maar op een kandelaar, en zij geeft licht aan allen die in het huis zijn.
16Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken Die in de hemelen is.