Mattheüs 5:17
“Meent niet dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten teniet te doen; Ik ben niet gekomen om teniet te doen, maar om te vervullen.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 5 — omringende verzen
Verblijdt en verheugt u zeer, want uw loon is groot in de hemelen, want alzo hebben zij vervolgd de profeten die vóór u geweest zijn.
13Gij zijt het zout der aarde; maar indien het zout zijn kracht verliest, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe dan om buiten geworpen en door de mensen vertreden te worden.
14Gij zijt het licht der wereld. Een stad die op een berg ligt, kan niet verborgen zijn.
15Ook steekt men geen kaars aan en zet die onder een korenmaat, maar op een kandelaar, en zij geeft licht aan allen die in het huis zijn.
16Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken Die in de hemelen is.
Meent niet dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten teniet te doen; Ik ben niet gekomen om teniet te doen, maar om te vervullen.
Want voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal niet één jota of één tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is.
19Wie dan een van deze kleinste geboden verbreekt en de mensen zo leert, zal de kleinste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en leert, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen.
20Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger is dan die der schriftgeleerden en Farizeeën, zult gij het Koninkrijk der hemelen geenszins binnengaan.
21Gij hebt gehoord dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doodslaan, en wie doodslaat, zal strafbaar zijn voor het gerecht.
22Maar Ik zeg u: Een ieder die zonder reden toornig is op zijn broeder, zal strafbaar zijn voor het gerecht; en wie tot zijn broeder zegt: Raka, zal strafbaar zijn voor de raad; maar wie zegt: Gij dwaas, zal strafbaar zijn voor het helse vuur.