Terug naar Mattheüs 5
VSV
Statenvertaling

Mattheüs 5:23

Daarom, indien gij uw gave op het altaar brengt en u daar herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft,

Kruisverwijzingen

Context

Mattheüs 5 — omringende verzen

18

Want voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal niet één jota of één tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is.

19

Wie dan een van deze kleinste geboden verbreekt en de mensen zo leert, zal de kleinste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en leert, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen.

20

Want Ik zeg u: Tenzij uw gerechtigheid overvloediger is dan die der schriftgeleerden en Farizeeën, zult gij het Koninkrijk der hemelen geenszins binnengaan.

21

Gij hebt gehoord dat tot de ouden gezegd is: Gij zult niet doodslaan, en wie doodslaat, zal strafbaar zijn voor het gerecht.

22

Maar Ik zeg u: Een ieder die zonder reden toornig is op zijn broeder, zal strafbaar zijn voor het gerecht; en wie tot zijn broeder zegt: Raka, zal strafbaar zijn voor de raad; maar wie zegt: Gij dwaas, zal strafbaar zijn voor het helse vuur.

23

Daarom, indien gij uw gave op het altaar brengt en u daar herinnert dat uw broeder iets tegen u heeft,

24

Laat uw gave daar voor het altaar en ga heen; verzoen u eerst met uw broeder, en kom dan en breng uw gave.

25

Wees spoedig welgezind jegens uw tegenpartij, terwijl gij nog met hem op weg zijt, opdat de tegenpartij u niet overlevere aan de rechter, en de rechter u overlevere aan de dienaar, en gij in de gevangenis geworpen wordt.

26

Voorwaar, Ik zeg u: Gij zult daar geenszins uitkomen totdat gij de laatste penning betaald hebt.

27

Gij hebt gehoord dat door de ouden gezegd is: Gij zult geen overspel doen.

28

Maar Ik zeg u: Een ieder die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart al overspel met haar gedaan.