Mattheüs 8:11
“En Ik zeg u dat velen van het oosten en het westen zullen komen en met Abraham en Izak en Jakob aan tafel zullen gaan in het Koninkrijk der hemelen.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 8 — omringende verzen
en zei: Heer, mijn dienaar ligt thuis verlamd en wordt vreselijk gekweld.
7En Jezus zei tot hem: Ik zal komen en hem genezen.
8De hoofdman over honderd antwoordde en zei: Heer, ik ben niet waardig dat U onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn dienaar zal genezen worden.
9Want ook ik ben een mens onder gezag, en heb soldaten onder mij; en ik zeg tot deze: Ga, en hij gaat; en tot een ander: Kom, en hij komt; en tot mijn dienaar: Doe dit, en hij doet het.
10Toen Jezus het hoorde, verwonderde Hij Zich en zei tot hen die volgden: Voorwaar, Ik zeg u: Zelfs niet in Israël heb Ik zulk een groot geloof gevonden.
En Ik zeg u dat velen van het oosten en het westen zullen komen en met Abraham en Izak en Jakob aan tafel zullen gaan in het Koninkrijk der hemelen.
Maar de kinderen van het Koninkrijk zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; daar zal geween zijn en tandengeknars.
13En Jezus zei tot de hoofdman over honderd: Ga heen, en u geschiede zoals u geloofd hebt. En zijn dienaar werd genezen in datzelfde uur.
14En toen Jezus in het huis van Petrus gekomen was, zag Hij zijn schoonmoeder te bed liggen en koortsig zijn.
15En Hij raakte haar hand aan, en de koorts verliet haar, en zij stond op en diende hen.
16Toen het avond geworden was, brachten zij vele bezetenen tot Hem, en Hij wierp de geesten uit met een woord, en Hij genas allen die ziek waren,