Mattheüs 8:29
“En zie, zij riepen uit en zeiden: Wat hebben wij met U te maken, Jezus, Gij Zoon van God? Bent U hierheen gekomen om ons vóór de tijd te pijnigen?”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 8 — omringende verzen
En zie, er stak een hevige storm op in de zee, zodat het schip door de golven bedekt werd, maar Hij sliep.
25En Zijn discipelen kwamen tot Hem en maakten Hem wakker, en zeiden: Heer, red ons, wij vergaan.
26En Hij zei tot hen: Waarom bent u bevreesd, kleingelovigen? Toen stond Hij op en bestrafte de winden en de zee, en er kwam een grote stilte.
27En de mensen verwonderden zich en zeiden: Wat is dit voor een Man, dat zelfs de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn!
28En toen Hij aan de overkant gekomen was, in het land der Gergesenen, ontmoetten Hem twee bezetenen die uit de graven kwamen; zij waren buitengewoon woest, zodat niemand langs die weg kon gaan.
En zie, zij riepen uit en zeiden: Wat hebben wij met U te maken, Jezus, Gij Zoon van God? Bent U hierheen gekomen om ons vóór de tijd te pijnigen?
En op enige afstand van hen was een kudde van vele zwijnen aan het weiden.
31En de duivelen smeekten Hem en zeiden: Indien U ons uitwerpt, sta ons toe heen te gaan in de kudde zwijnen.
32En Hij zei tot hen: Gaat. En toen zij uitgegaan waren, gingen zij in de kudde zwijnen, en zie, de gehele kudde zwijnen stortte zich met geweld van de steile rots in de zee en vergingen in het water.
33En zij die ze weidden, vluchtten en gingen hun weg naar de stad, en berichtten alles, ook wat er met de bezetenen gebeurd was.
34En zie, de gehele stad kwam erop uit om Jezus te ontmoeten, en toen zij Hem zagen, smeekten zij Hem dat Hij uit hun gebied zou weggaan.