Mattheüs 8:4
“En Jezus zei tot hem: Zie dat u het niemand zegt, maar ga heen, toon uzelf aan de priester en offer de gave die Mozes bevolen heeft, tot een getuigenis voor hen.”
Kruisverwijzingen
Context
Mattheüs 8 — omringende verzen
Toen Hij van de berg afgedaald was, volgden grote scharen Hem.
2En zie, een melaatse kwam en aanbad Hem, en zei: Heer, indien U wilt, kunt U mij reinigen.
3En Jezus strekte Zijn hand uit, raakte hem aan en zei: Ik wil; word gereinigd. En onmiddellijk werd zijn melaatsheid gereinigd.
En Jezus zei tot hem: Zie dat u het niemand zegt, maar ga heen, toon uzelf aan de priester en offer de gave die Mozes bevolen heeft, tot een getuigenis voor hen.
En toen Jezus in Kafarnaüm gekomen was, kwam een hoofdman over honderd tot Hem en smeekte Hem,
6en zei: Heer, mijn dienaar ligt thuis verlamd en wordt vreselijk gekweld.
7En Jezus zei tot hem: Ik zal komen en hem genezen.
8De hoofdman over honderd antwoordde en zei: Heer, ik ben niet waardig dat U onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn dienaar zal genezen worden.
9Want ook ik ben een mens onder gezag, en heb soldaten onder mij; en ik zeg tot deze: Ga, en hij gaat; en tot een ander: Kom, en hij komt; en tot mijn dienaar: Doe dit, en hij doet het.