Terug naar Micha 1
VSV
Statenvertaling

Micha 1:11

Trek weg, gij inwonster van Safir, met ontblote schaamte; de inwonster van Zaänan is niet uitgegaan in het rouwbetoon van Bet-Haëzel; hij zal van u zijn steunplaats ontvangen.

Kruisverwijzingen

Context

Micha 1 — omringende verzen

6

Daarom zal Ik Samaria maken tot een steenhoop van het veld, tot een plantsoen voor een wijngaard; en Ik zal haar stenen neerstorten in het dal, en haar fundamenten blootleggen.

7

Al haar gesneden beelden zullen verpletterd worden, en al haar hoerenloon zal verbrand worden met vuur, en al haar afgoden zal Ik tot een woestenij maken; want zij vergaderde het van het loon van een hoer, en tot het loon van een hoer zullen zij wederkeren.

8

Daarom zal ik wenen en weeklagen, ik zal ontkleed en naakt gaan; ik zal een weeklacht aanheffen als de jakhalzen, en een rouwklacht als de struisvogels.

9

Want haar wond is ongeneeslijk; want zij is gekomen tot Juda; zij heeft de poort van mijn volk bereikt, ja Jeruzalem.

10

Verkondigt het niet te Gath, weent in het geheel niet; wentel u in het stof in het huis van Afra.

11

Trek weg, gij inwonster van Safir, met ontblote schaamte; de inwonster van Zaänan is niet uitgegaan in het rouwbetoon van Bet-Haëzel; hij zal van u zijn steunplaats ontvangen.

12

Want de inwonster van Maroth wachtte angstvol op het goede; maar er daalde kwaad neder van de HEER tot aan de poort van Jeruzalem.

13

O inwonster van Lachis, span het paard voor de wagen; zij is het begin van de zonde voor de dochter van Sion; want de overtredingen van Israël werden in u gevonden.

14

Daarom zult gij afscheidsgeschenken geven aan Moresheth-Gath; de huizen van Achzib zullen een bedrog zijn voor de koningen van Israël.

15

Maar Ik zal nog een erfgenaam tot u brengen, o inwonster van Mares; hij zal komen tot Adullam, de glorie van Israël.

16

Scheer uw hoofd kaal en scheer het om uwer tedere kinderen wil; vergroot uw kaalheid als de arend; want zij zijn van u weggegaan in ballingschap.