Micha 2:1
“Wee hun die ongerechtigheid bedenken en kwaad beramen op hun slaapsteden! Wanneer de morgen licht wordt, voeren zij het uit, want het staat in de macht van hun hand.”
Kruisverwijzingen
Context
Micha 2 — omringende verzen
Wee hun die ongerechtigheid bedenken en kwaad beramen op hun slaapsteden! Wanneer de morgen licht wordt, voeren zij het uit, want het staat in de macht van hun hand.
Zij begeren akkers en nemen die met geweld; en huizen, en nemen die weg; zo onderdrukken zij een man en zijn huis, een man en zijn erfenis.
3Daarom zegt de HEER aldus: Zie, tegen dit geslacht beraad Ik een onheil, waarvan gij uw halzen niet zult kunnen onttrekken; en gij zult niet trots rechtop gaan, want het is een tijd van onheil.
4Te dien dage zal men een spotlied over u aanheffen, en een bittere klaagzang klagen en zeggen: Wij zijn volkomen verwoest; het erfdeel van mijn volk heeft Hij veranderd; hoe heeft Hij het van mij weggenomen! Hij heeft onze akkers verdeeld aan wie ons verlaten.
5Daarom zult gij niemand hebben die een meetsnoer werpt bij het lot in de vergadering van de HEER.
6Profeteert niet, zeggen zij tot de profeten; zij mogen niet profeteren, opdat schande hun niet treffe.