Micha 5:2
“Maar gij, Bethlehem Efrata, al zijt gij gering onder de duizenden van Juda, uit u zal Mij voortkomen die heerser zal zijn in Israël; en Wiens uitgangen zijn van ouds, van eeuwigheid.”
Kruisverwijzingen
Context
Micha 5 — omringende verzen
Roep nu uw troepen bijeen, o dochter der troepen; hij heeft een belegering tegen ons geslagen; zij zullen de rechter van Israël met een staf op de wang slaan.
Maar gij, Bethlehem Efrata, al zijt gij gering onder de duizenden van Juda, uit u zal Mij voortkomen die heerser zal zijn in Israël; en Wiens uitgangen zijn van ouds, van eeuwigheid.
Daarom zal Hij hen overgeven, totdat de tijd dat zij die baart heeft gebaard; dan zal de rest van Zijn broeders wederkeren tot de kinderen Israëls.
4En Hij zal staan en weiden in de kracht van de HEER, in de majesteit van de naam van de HEER Zijn God; en zij zullen veilig wonen; want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde.
5En Deze zal de vrede zijn, wanneer de Assyriër in ons land zal komen; en wanneer hij in onze paleizen zal treden, dan zullen wij tegen hem oprichten zeven herders en acht vorstelijke mannen.
6En zij zullen het land Assyrië verwoesten met het zwaard, en het land van Nimrod in zijn ingangen; aldus zal Hij ons verlossen van de Assyriër, wanneer hij in ons land komt, en wanneer hij treedt binnen onze grenzen.
7En het overblijfsel van Jakob zal te midden van vele volken zijn als dauw van de HEER, als regendruppels op het gras, die niet op de mens wacht, noch op de zonen der mensen.