Micha 7:14
“Weid Uw volk met Uw staf, de kudde van Uw erfdeel, die eenzaam woont in het woud, te midden van Karmel; laten zij weiden in Basan en Gilead, als in de dagen van ouds.”
Kruisverwijzingen
Context
Micha 7 — omringende verzen
Ik zal de gramschap van de HEER dragen, want ik heb tegen Hem gezondigd, totdat Hij mijn zaak bepleit en mijn recht handhaaft: Hij zal mij in het licht brengen, en ik zal Zijn gerechtigheid aanschouwen.
10Dan zal zij die mijn vijandin is het zien, en schaamte zal haar bedekken, die tot mij zeide: Waar is de HEER uw God? Mijn ogen zullen haar aanschouwen; nu zal zij vertreden worden als het slijk der straten.
11Op de dag dat uw muren gebouwd zullen worden, op die dag zal het besluit ver worden weggedaan.
12Op die dag zal men ook tot u komen van Assyrië, en van de versterkte steden, en van de vesting tot aan de rivier, en van zee tot zee, en van berg tot berg.
13Nochtans zal het land een woestenij zijn vanwege hen die erin wonen, vanwege de vrucht van hun daden.
Weid Uw volk met Uw staf, de kudde van Uw erfdeel, die eenzaam woont in het woud, te midden van Karmel; laten zij weiden in Basan en Gilead, als in de dagen van ouds.
Naar de dagen van uw uittocht uit het land Egypte zal Ik hem wonderlijke dingen tonen.
16De volken zullen het zien en beschaamd zijn over al hun macht; zij zullen de hand op de mond leggen, hun oren zullen doof zijn.
17Zij zullen het stof likken als een slang, zij zullen uit hun holen kruipen als de wormen der aarde; zij zullen bevreesd zijn voor de HEER onze God, en zullen vrezen om uwentwil.
18Wie is een God gelijk U, Die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtreding voorbijgaat van het overblijfsel van Zijn erfdeel? Hij behoudt Zijn toorn niet voor eeuwig, want Hij heeft een welbehagen in goedertierenheid.
19Hij zal Zich opnieuw over ons ontfermen; Hij zal onze ongerechtigheden vertreden; en U zult al hun zonden in de diepten der zee werpen.