Nehemia 10:25
“Rechum, Hasabna, Maäseja,”
Kruisverwijzingen
Context
Nehemia 10 — omringende verzen
Magpias, Mesullam, Hezir,
21Mesezabeël, Zadok, Jaddua,
22Pelatja, Hanan, Anaja,
23Hosea, Hananja, Hasub,
24Hallohes, Pileha, Sobek,
Rechum, Hasabna, Maäseja,
en Ahia, Hanan, Anan,
27Malluch, Harim, Baäna.
28En de overigen van het volk, de priesters, de Levieten, de poortwachters, de zangers, de Nethiniërs, en allen die zich van de volken der landen hadden afgescheiden tot de wet Gods, hun vrouwen, hun zonen en hun dochters — een ieder die kennis had en verstand —
29sloten zich aan bij hun broeders, hun edelen, en traden in een vervloeking en in een eed om te wandelen in de wet Gods, die gegeven was door Mozes, de dienaar Gods, en om alle geboden van de HEER, onze Heer, en Zijn verordeningen en Zijn inzettingen in acht te nemen en te doen.
30En dat wij onze dochters niet zouden geven aan de volken des lands, noch hun dochters voor onze zonen zouden nemen.