VSV
StatenvertalingNehemia 12:6
“Semaja, en Jojarib, Jedaja,”
Kruisverwijzingen
Context
Nehemia 12 — omringende verzen
1
Dit nu zijn de priesters en de Levieten die met Zerubbabel, de zoon van Sealtiel, en met Jesua optrokken: Seraja, Jeremia, Ezra,
2Amarja, Malluch, Hattus,
3Sechanja, Rehum, Meremot,
4Iddo, Ginneto, Abia,
5Mijamin, Maädja, Bilga,
6
7Semaja, en Jojarib, Jedaja,
Sallu, Amok, Hilkia, Jedaja. Dezen waren de hoofden der priesters en van hun broeders in de dagen van Jesua.
8Voorts de Levieten: Jesua, Binnui, Kadmiël, Serebja, Juda en Mattanja, die met zijn broeders over de lofzang was.
9Ook Bakbukja en Unni, hun broeders, stonden tegenover hen op de wachten.
10En Jesua verwekte Jojakim, en Jojakim verwekte Eljasib, en Eljasib verwekte Jojada,
11En Jojada verwekte Jonatan, en Jonatan verwekte Jaddua.