Nehemia 7:56
“De kinderen van Nesia, de kinderen van Hatipha.”
Kruisverwijzingen
Context
Nehemia 7 — omringende verzen
De kinderen van Gazzam, de kinderen van Uzza, de kinderen van Faseah,
52De kinderen van Besai, de kinderen van Meunim, de kinderen van Nefisesim,
53De kinderen van Bakbuk, de kinderen van Hakufa, de kinderen van Harhur,
54De kinderen van Bazlith, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa,
55De kinderen van Barkos, de kinderen van Sisera, de kinderen van Tamah,
De kinderen van Nesia, de kinderen van Hatipha.
De kinderen van de dienaren van Salomo: de kinderen van Sotaï, de kinderen van Sophereth, de kinderen van Perida,
58De kinderen van Jaäla, de kinderen van Darkon, de kinderen van Giddel,
59De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pochereth van Zebaïm, de kinderen van Amon.
60Al de Nethinim en de kinderen van de dienaren van Salomo waren driehonderd twee en negentig.
61En dezen zijn het die ook optrokken uit Telmelah, Telharesha, Cherub, Addon en Immer; maar zij konden hun vaderlijk huis niet aantonen, noch hun nageslacht, of zij van Israël waren.