Nehemia 7:73
“Zo woonden de priesters en de Levieten en de poortwachters en de zangers en sommigen van het volk en de Nethinim en heel Israël in hun steden; en toen de zevende maand aanbrak, waren de kinderen van Israël in hun steden.”
Kruisverwijzingen
Context
Nehemia 7 — omringende verzen
Hun paarden, zevenhonderd zes en dertig; hun muildieren, twee honderd vijf en veertig;
69Hun kamelen, vierhonderd vijf en dertig; zes duizend zevenhonderd en twintig ezels.
70En sommigen van de hoofden der vaderen gaven voor het werk. De Tirshatha gaf aan de schatkist duizend drachmen goud, vijftig schalen, vijfhonderd en dertig priesterkleding.
71En sommigen van de hoofden der vaderen gaven aan de schatkist voor het werk twintigduizend drachmen goud en twee duizend en tweehonderd pond zilver.
72En wat de rest van het volk gaf, was twintigduizend drachmen goud, en twee duizend pond zilver, en zeven en zestig priesterkleding.
Zo woonden de priesters en de Levieten en de poortwachters en de zangers en sommigen van het volk en de Nethinim en heel Israël in hun steden; en toen de zevende maand aanbrak, waren de kinderen van Israël in hun steden.