Terug naar Numeri 1
VSV
Statenvertaling

Numeri 1:39

Hun getelden van de stam Dan waren tweeënzestigduizend zevenhonderd.

Kruisverwijzingen

Context

Numeri 1 — omringende verzen

34

Van de kinderen van Manasse, naar hun geslachten, naar hun geslachten, naar het huis van hun vaderen, volgens het getal van de namen, van twintig jaar oud en daarboven, allen die in staat waren ten strijde uit te trekken:

35

Hun getelden van de stam Manasse waren tweeëndertigduizend tweehonderd.

36

Van de kinderen van Benjamin, naar hun geslachten, naar hun geslachten, naar het huis van hun vaderen, volgens het getal van de namen, van twintig jaar oud en daarboven, allen die in staat waren ten strijde uit te trekken:

37

Hun getelden van de stam Benjamin waren vijfendertigduizend vierhonderd.

38

Van de kinderen van Dan, naar hun geslachten, naar hun geslachten, naar het huis van hun vaderen, volgens het getal van de namen, van twintig jaar oud en daarboven, allen die in staat waren ten strijde uit te trekken:

39

Hun getelden van de stam Dan waren tweeënzestigduizend zevenhonderd.

40

Van de kinderen van Aser, naar hun geslachten, naar hun geslachten, naar het huis van hun vaderen, volgens het getal van de namen, van twintig jaar oud en daarboven, allen die in staat waren ten strijde uit te trekken:

41

Hun getelden van de stam Aser waren eenenveertigduizend vijfhonderd.

42

Van de kinderen van Naftali, naar hun geslachten, naar hun geslachten, naar het huis van hun vaderen, volgens het getal van de namen, van twintig jaar oud en daarboven, allen die in staat waren ten strijde uit te trekken:

43

Hun getelden van de stam Naftali waren drieënvijftigduizend vierhonderd.

44

Dezen zijn de getelden, die Mozes en Aäron geteld hebben, en de vorsten van Israël, twaalf mannen; ieder was er één voor het huis van zijn vaderen.